Day 1
De hierna overgenomen bijbelteksten werden ontleend aan “De Nieuwe Bijbelvertaling” © Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
Links: www.biblija.net - www.bijbelvlaanderen.be - www.vlaamsebijbelstichting.be
1° DAG : GETUIGEN DOORHEEN HET LEVEN
| Gen 1, 26-31 | ||
| God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag. |
||
| Ps 104(103), 1-24 | ||
| Prijs de HEER, mijn ziel. HEER, mijn God, hoe groot bent u. Met glans en glorie bent u bekleed, in een mantel van licht gehuld. U spant de hemel uit als een tentdoek en bouwt op de wateren uw hoge zalen, u maakt van de wolken uw wagen en beweegt u op de vleugels van de wind, u maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren. U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet. De oerzee bedekte haar als een kleed, tot boven de bergen stonden de wateren. Toen u hen dreigde, vluchtten zij weg, toen uw donderstem klonk, stoven zij heen: naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen, naar de plaatsen die u had bepaald. U stelde een grens die zij niet overschrijden, nooit weer zullen zij de aarde bedekken. U leidt het water van de bronnen door beken, tussen de bergen beweegt het zich voort. Het drenkt alles wat leeft in het veld, de wilde ezels lessen er hun dorst. Daarboven wonen de vogels van de hemel, uit het dichte groen klinkt hun gezang. U bevloeit de bergen vanuit uw hoge zalen, de aarde wordt verzadigd en vruchtbaar: gras laat u groeien voor het vee en gewassen die de mens moet verbouwen. Zo zal hij brood winnen uit de aarde en wijn die het mensenhart verheugt, geurige olie die het gelaat doet stralen, ja, brood dat het mensenhart versterkt. De bomen van de HEER zuigen zich vol, de ceders van de Libanon, door hemzelf geplant. De vogels bouwen daar hun nesten, in hun kronen huizen de ooievaars. De hoge bergen zijn voor de steenbokken, in de kloven schuilen de klipdassen. U hebt de maan gemaakt voor de tijden, de zon weet wanneer zij moet ondergaan. Als u het duister spreidt, valt de nacht, en alles wat leeft in het woud gaat zich roeren. De jonge leeuwen gaan uit op roof, brullend vragen zij God om voedsel. Bij zonsopgang trekken zij zich terug en leggen zich neer in hun legers. De mensen gaan aan het werk en arbeiden door tot de avond. Hoe talrijk zijn uw werken, HEER. Alles hebt u met wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde |
||
| 1 Kor 15, 12-20 | ||
| Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. | ||
| Lc 24, 1-5 |
||
| Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? |