Day 5
De hierna overgenomen bijbelteksten werden ontleend aan “De Nieuwe Bijbelvertaling” © Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
Links: www.biblija.net - www.bijbelvlaanderen.be - www.vlaamsebijbelstichting.be
5° DAG : GETUIGEN IN HET LIJDEN
| Jes 50, 5-9 |
||
| God, de HEER, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd. Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. God, de HEER, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan. Hij die mij recht verschaft is nabij. Wie durft tegen mij een geding aan te spannen? Laten we samen voor het gerecht verschijnen. Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat hij mij tegemoet treden. God, de HEER, zal mij helpen – wie zal mij dan veroordelen? Mijn belagers vallen uiteen als een kledingstuk, als een gewaad dat ten prooi is aan de motten. |
||
| Ps 124(123) |
||
| Een pelgrimslied van David. Was de HEER niet voor ons geweest, – Israël, blijf het herhalen – was de HEER niet voor ons geweest toen de mensen zich tegen ons keerden, ze hadden ons levend verslonden, zo hevig was hun woede. Dan had het water ons meegesleurd, de stroom ons overspoeld, wij zouden zijn overspoeld door het ziedende water. Geprezen de HEER, die ons niet ten prooi gaf aan hun tanden: wij zijn als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelvangers, het net is gescheurd en wij, wij zijn ontkomen. Onze hulp is de naam van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft. |
||
| Rom 8, 35-39 | ||
| Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? Er staat geschreven: ‘Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. | ||
| Lc 24, 25-27 |
||
| Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. |